Op dinsdag 27 oktober ging de tournée rond klimaat en sociale rechtvaardigheid in première te Gent. Daarop volgden Leuven, Brussel, Oostende, Antwerpen, Herzele en het Europees Parlement.
Met telkens interessante ontmoetingen en sterke verhalen. Overtuigd door de idee dat als we de handschoen opnemen tegen de opwarming van de aarde, we ook sociaal het één en ander zullen moeten veranderen.
Luciano Brunet, directeur van de INCRA in Santarém (Brazilië), getuigt over de situatie in het Amazonewoud. Hij gaat in tegen de mythe die hier in het Westen of in het Noorden (al naargelang hoe je het bekijkt) vaak levendig wordt gehouden door een aantal milieuorganisaties. Wie het Amazonewoud louter ziet als een reservaat van bomen en dieren, heeft het fout. Er leven ongeveer 23,5 miljoen mensen. Het gaat om inheemse volkeren, maar ook heel wat migranten, mensen die afstammen van de slavernij en rivierbewoners proberen dagelijks te overleven in het woud.
De klimaatverandering is duidelijk voelbaar in Brazilië. Vele mensen leven van de visvangst en hebben daaraan ook hun woning aangepast. Ze wonen in paalwoningen en op geregelde tijdstippen wordt een deel van de aarde overstroomd. Wanneer het water zich terugtrekt, kunnen de mensen vissen in de poelen die zich hebben gevormd. De stijging van het zeeniveau heeft dit systeem echter compleet in het honderd doen lopen. Het water stijgt nu zo hoog dat bijna iedereen zijn of haar woning moet verlaten. Bovendien zijn de periodes van droogte nu ook veel heviger dan vroeger.
Wat de bevolking pas echt in het nauw drijft, is de opmars van grote bedrijven in het Amazonewoud. Vooral hout- en mijnbedrijven beschouwen de Amazone regio als een geliefkoosde plek. Soms worden gebieden zelfs als een natuurreservaat 'beschermd', waardoor de lokale bevolking elders zijn geluk moet zoeken. Enkel en alleen omdat het toch zoveel gemakkelijker is om ertsen te winnen als niemand in het gebied woont. De vervuiling, onder andere door het wassen van bauxiet, wordt dan wel weer met veel plezier uit handen gegeven aan de lokale bevolking.
De mensen die in het Amazonewoud trachten te overleven worden bedreigd door een stijging van de waterspiegel. Door de uitbreiding van grote bedrijven, zoals Alcoa en Rio Tinto, komen ze terecht in een soort van corridor. Misschien moeten de milieuorganisaties de bevolkingsgroepen wat meer als een mogelijke partner gaan beschouwen, in plaats van ze te klasseren als illegale houtkappers?
Pelenise Alofa komt uit Kiribati. Deze eilandengroep in de Stille Oceaan bestaande uit 33 eilanden telt een bevolking van 90.000 mensen. Ze vertelt over de klimaatverandering die momenteel reeds het bestaan van haar mensen in het gevaar brengt. De eilanden bevinden zich slechts tussen de 2 en de 4 meter boven de zeespiegel. Een vogel voor de kat. Elke dag worden zelfgebouwde « muren » weggespoeld door de oceaan. Vluchten naar een veiligere plek op het eiland is onmogelijk: langs de ene kant heb je de lagune, langs de andere kant de oceaan.
Elke dag zien ze ook de belangrijkste bron van inkomsten lijden onder het stijgend waterniveau: de kokosnootbomen moeten er één na één aan geloven. En dit terwijl alles van de bomen gebruikt wordt voor economische redenen, van olie tot brandstof. Een ander groot probleem is het verzilten van de waterputten. Zonder water kan geen mens overleven. Pelenise neemt nu haar toevlucht tot regenwater, maar dit is erg schaars.
Pelenise Alofa vertelt met veel overtuiging wat de drie eisen zijn die ze klaar hebben voor de geïndustrialiseerde landen. Ten eerste moeten de geïndustrialiseerde landen dringend hun emissies naar beneden halen. 40% tegen 2020. Dit is nodig om eilandengroepen in de Stille Oceaan toch nog een kans te geven om te overleven. Ten tweede moet er geld vrijgemaakt worden zodat men zich in het Zuiden kan aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Belangrijk hierbij is dat het geld nu beschikbaar wordt gesteld en dat het niet via bepaalde voorwaarden terug naar het 'Noorden' vloeit, in de vorm van onderzoek en consultancy. Tenslotte, als mensen in de Pacific toch moeten uitwijken omwille van de stijgende zeespiegel, dan moet er een internationale wet komen om deze mensen te beschermen. Pelenise: « Wij willen geen klimaatvluchtelingen worden. We zijn verbonden met ons land, met onze grond. We worden geforceerde klimaatvluchtelingen, zonder land, zonder bezittingen. »
Tijdens de tournée werden deze internationale getuigenissen gelinkt aan verhalen dichter bij huis over klimaat en sociale rechtvaardigheid. De documentaire « On est peut-être riche » legt de nadruk op de vele sociale problemen die ook een plaats hebben binnen het hele klimaatverhaal. Mensen hebben het steeds moeilijker om de eindjes aan elkaar te knopen. Bio kopen, het dak isoleren, ... het is niet voor iedereen weggelegd. Laten we die mensen dan in de kou staan?
« Bij mensen die in armoede leven, is het elke dag dikke truiendag. » stelt Anke Hintjens. Deze mensen hebben wellicht de laagste ecologische voetafdruk, maar ze komen amper rond en ze genieten niet van eco-premies. Leida Rijnhout stelt ook dat als we iets aan de klimaatverandering willen doen, toch naar het brede plaatje zullen moeten kijken... Bijvoorbeeld naar het hele economische systeem. Wat zijn we nu met frigo's klasse AA als het toch de bedoeling is dat ze na 10 jaar in panne vallen? De impact van deze frigo's op het milieu zijn dus hoger dan de frigo's van onze grootouders, en bovendien is hun prijskaartje veel hoger.